vrijdag 10 juni 2016

Jan Kees Helms - Deportatie

EE Tapes, 2016

 

 

Het woord 'deportatie' is beladen. De eerste gedachte die opkomt is die van de vervolging van joden, zigeuners, homoseksuelen en politieke tegenstanders door het naziregime tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mag je het woord ook gebruiken voor de uitzetting van asielzoekers? Ja, want feitelijk is sprake van deportatie; mensen worden immers gedwongen overgebracht naar een plaats waar ze niet willen zijn.

De Amersfoortse kunstenaar (fotografie, film en geluid) Jan Kees Helms brengt een fotoboek en cd uit met de titel 'Deportatie'. Het fotoboek bevat een prikkelende tekst van Peter Storm en (uiteraard) veel foto's die tot nadenken stemmen. Storm maakt in zijn tekst de vergelijking tussen wat net voor en tijdens WOII gebeurde en de manier waarop momenteel door Europa, en dus ook Nederland, wordt omgegaan met het vluchtelingenvraagstuk. Hij waakt er wijselijk voor om het uitzetten van vluchtelingen heden ten dage te linken aan de verschrikkingen van de concentratiekampen destijds, maar er zijn tegenwoordig ontegenzeglijk tendensen te bespeuren die doen denken aan de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw.

Helms maakte foto's in Auschwitz I, Auschwitz-Birkenau, doorgangskamp Amersfoort en detentiecentrum Kamp Zeist, en van acties tegen het Europese vluchtelingenbeleid in Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Zeist. Recente foto's van Auschwitz zijn geplaatst naast foto's van vluchtelingen in Nederland en dat werkt lichtelijk shockerend, maar verder bladerend in het boek blijkt dat foto's van demonstraties tegen het vluchtelingenbeleid steeds meer de overhand krijgen. Stemmen de foto's aanvankelijk somber, aan het einde van het boek is er hoop. In deze tijd van xenofobie, onverhuld racisme en islamhaat is het goed te beseffen dat er een tegengeluid is. Een noodzakelijk tegengeluid.

Dan de muziek. Is het mogelijk een zo zwaar, en zwaar beladen, thema te vertalen in muzikale klanken zonder in overdreven pathetiek, sentimentaliteit of pamflettisme te vervallen? Helms bewijst dat het kan. Met het fotoboek op schoot word je als luisteraar vanaf de eerste tonen meegezogen in het verhaal dat Helms met zijn boek en muziek wil vertellen. Het is geen gemakkelijk verhaal, maar een ontroerende vertelling over menselijk leed en angst, over ontmenselijking en onmenselijkheid, over rechteloosheid en vreemdelingenbeleid waarin voor humane overwegingen geen plaats meer is. En over gesystematiseerde gedwongen uitzettingen.

Niet alle stukken op 'Deportatie' zijn van recente datum.  Helms kreeg in zijn opleiding tot psychiatrisch verpleegkundige te maken met oorlogsslachtoffers en werd intens geraakt door het leed wat kinderen van de tweede generatie meemaakten. Dit leidde tot Crying Child en Crying Child Sings. Het eerste is een werk van Little Seed uit 1990. Little Seed bestond uit Jan Kees Helms en Peter Versteeg. In dit stuk wordt gebruik gemaakt van synthesizer, gitaar, drumcomputer, tape en glas. Experimentele klanken voeren de boventoon in een collage-achtig geluidslandschap dat in deze context aangrijpend werkt. "I've seen so many people die, perhaps I died myself long ago", zegt een mannenstem en het verdriet dat ermee wordt uitgedrukt is bijna tastbaar. Synthesizer- en gitaarklanken fladderen als vogels om je heen, vergezeld van een droevige aanzet tot een melodie. Niet alleen het slachtofferschap, ook de onredelijke haat van de nazi's is hoorbaar en voelbaar. Droefheid om het aangedane leed overheerst echter.

Crying Child Sings is een werk van Contact t.b.d., een kwartet dat bestond uit Helms, Assi Kootstra, Vivane Marc en Marta Piatkowska. Synthesizer, tape, metaal, papier, plastic, klarinet, kinderinstrumenten, drumcomputer en gitaar zijn te horen op dit eerder in 1991 verschenen werk. Ook hier is sprake van een geluidslandschap, maar de opzet is heel anders dan die van Crying Child. Het eerste gedeelte schept een nerveuze spanning. Er is dreiging aanwezig in de klanken en dat wordt versterkt door pulserend slagwerk. De kinderinstrumenten brengen geen verlichting maar dragen bij aan de melancholieke sfeer. Veel verbeeldingskracht is niet nodig om je vooral de eenzaamheid na aangedaan leed voor te stellen.

Tegenwoordig maakt Jan Kees Helms muziek onder de noemer StringStrang en de laatste twee werken zijn gecomponeerd in 2012 (Europa) en 2015 (Deportatie). In het titelstuk wordt gebruik gemaakt van gitaar, piano en van field-recordings uit Auschwitz. Opnieuw slaagt Helms erin menselijk leed te verklanken, dit keer met name door langzaam aanzwellende en wegstervende gitaarklanken. Berusting wordt beklemming door geluiden van een rijdende trein en een blaffende hond. Europa verbeeldt de vlucht van asielzoekers door middel van gitaar, field-recordings en You Tube-samples. Verschillende stadia en gemoedstoestanden zijn met een beetje fantasie te onderscheiden: onderdrukking, de vlucht, angst, het vervoer, het lange wachten. En het niet welkom zijn in Fort Europa. Een zachte gitaardrone is de constante in dit stuk.

De vier stukken op 'Deportatie' klinken niet zwaar aangezet, maar zitten toch vol dramatiek. Ondanks het grote tijdsverschil, en ook wel een stijlverschil, tussen de eerste twee en de laatste twee stukken op de cd, is de kracht van het album dat het een muzikaal samenhangend verhaal vertelt dat zeer indringend is. Wel doemt de vraag op of je het verbeelden van zoveel leed eigenlijk wel gewoon mooi mag vinden. Maar waarom niet? De muziek op 'Deportatie' weet te ontroeren zoals een aangrijpende film dat doet. Prachtig, met en zonder fotoboek.

http://deportatie.tumblr.com/ 

http://deeez.antenna.nl/helms00.html 

http://www.eetapes.be/

woensdag 8 juni 2016

Fire! Orchestra - Ritual

Rune Grammofon, 2016

 


Het Zweedse trio Fire! (saxofonist Mats Gustafsson, bassist Johan Berthling en drummer Andres Werliin) staat garant voor zeer op rock georiënteerde jazz, waarin stukken vaak worden gefundeerd door een stevige riff. Het eerder dit jaar verschenen 'She Sleeps, She Sleeps' liet een wat lomere en gecontroleerde kant van het drietal zien. Het trio is niet de enige uitlaatklep van Gustafsson, Berthling en Werliin. Alle drie de heren spelen in andere kleinere en grotere bezettingen.

En gezamenlijk vormen zij de basis van het grote Fire! Orchestra, waarvan eerder al 'Exit' (2013) en 'Enter' (2014) verschenen. De meeste leden van het orkest zijn zelf druk bezette muzikanten en het is dan ook geen wonder dat het orkest geen echt vaste bezetting kent. Voor de nieuwe plaat 'Ritual' is het aantal muzikanten teruggebracht van dertig naar negentien. Plus twee zangeressen. Voor dit soort muziek nog altijd een groot gezelschap.

Muzikaal zijn er ook wat verschillen tussen 'Exit' en 'Enter' en deze plaat. Dat komt met name omdat 'Ritual' nog veel dichter tegen het geluid van het oorspronkelijke trio aanschuurt dan de andere twee albums. Uitgezonderd het derde deel van deze vijfdelige suite, zijn het met name de repeterende riffs die bepalend zijn, zoals dat ook op de Fire!-platen het geval is. Zelfs de lome kant van 'She Sleeps, She Sleeps' kent op 'Ritual' zijn equivalent in het laatste deel.

Deel een valt meteen in huis met zo'n simpele killerriff van de blazers. Zangeressen Mariam Wallentin en Sofia Jernberg, ook al aanwezig op de vorige platen, hebben op 'Ritual' geen gezelschap van andere zangers of zangeressen. Hun stemmen completeren elkaar, cirkelen om elkaar heen, vinden elkaar. Het stuwende ritme blijft maar doorgaan en progressieve rock is nooit ver weg. Solo's worden gelardeerd met krachtig ensemblespel en het eerste deel mondt uit in een kakofonie en eindigt vervolgens met een zacht vocaal gedeelte.

De freejazz-roots wordt niet vergeten. Deel twee wordt ingeleid met een vrije saxsolo, waarna de bas de toon zet voor de riff die dit deel bepaalt. Het is Fire! ten voeten uit, zij het dat de zang zijn bezwerende werk doet in het orkest. Het is niet altijd duidelijk waar compositie eindigt eindigt en improvisatie begint, maar het arrangement van dit gedeelte is bijzonder fraai, vooral wanneer zang, riff en vrij spel samenvallen. 

Dat Gustafsson niet vies is van elektronisch knoppendraaien, bewees hij al eerder met Fire! en ook onlangs nog in zijn trio met Brian Chippendale en Massimo Pupillo. In Fire! Orchestra is Andreas Berthling verantwoordelijk voor de elektronica en hij krijgt alle ruimte in Ritual, part 3. Het is een stijlbreuk met de twee voorgaande stukken, want veel abstracter en zonder stuwend ritme. Gitaren en blazers verlevendigen de boel en zorgen voor dreiging. Mooi is hoe de vocalen, die na vier en een halve minuut hun intrede doen, ook in dit abstracte landschap perfect ingepast worden, waarna Per Texas Johanssen met zijn basklarinet het rustige en veel organischer klinkend tweede gedeelte aankondigt.

Veel geestdriftiger is het vierde deel, waarin de ritmische orde weer wordt hersteld. De eerste paar minuten zijn een solo voor drums, gevolgd door behoorlijk noisy gitaren, waarna de groove losbarst. Het uitbundige, bijna opgewekt klinkende stuk lijkt enigszins op de muziek die Goran Kajfes (hier niet van de partij) met zijn Subtropic Arkestra maakt. Ook hier zorgt het uitgekiende arrangement, waarin vrije solo's zijn ingebed, voor ongeremd luisterplezier. 

Het soulvolle en lui bewegende laatste deel, met een hoofdrol voor de solerende Texas Johanssen op klarinet, werkt op een lome manier zeer aanstekelijk en mag zomaar een kwartier duren. We moeten het doen met dik zeven minuten. Het is desondanks een geweldige afsluiter van een plaat die even simpel en rechtlijnig als inventief en speels is; een wellicht onwaarschijnlijke combinatie, maar het werkt wonderwel.

http://earthwindand.com/wp/  



maandag 6 juni 2016

Jellephant - Kick The Swamp!

Brighter, 2016

 


Tempo omhoog en speelduur naar beneden. Kort samengevat is dat het belangrijkste verschil tussen Jellephants vorige plaat 'Loom' en opvolger 'Kick The Swamp!' (het korte 'The Semi-Psychedelic Sounds of Jellephant and the Phantoms' wordt gemakshalve even buiten beschouwing gelaten). Het dromerige karakter dat veel songs op 'Loom' kenmerkte is door de meer energieke aanpak naar de achtergrond gedrongen ten faveure van directere songs. De lp duurt met 27 minuten ook nog eens precies lang genoeg, zodat verveling geen kans krijgt om toe te slaan.

Jellephant is Jelle Haagsma, die zich live laat bijstaan door zijn band The Phantoms, maar in de studio zelf alle touwtjes strak in handen houdt. En dus alle instrumenten bespeelt en zingt. De Arnhemmer brengt zijn nieuwe plaat op zijn eigen label Brighter Records uit op rood vinyl, waar de voorganger op cassette (en als download) verkrijgbaar was. 

'Kick The Swamp' is jn de eerste plaats een aanstekelijke gitaarplaat, maar er is ook een hang naar jaren tachtig new wave te bespeuren in de sound en de zang. Engelse treurwilgen als The Cure en Joy Division klinken door, maar al te zwaarmoedig maakt Jellephant het niet. Ook de nineties zijn niet ongemerkt aan Jellephant voorbij gegaan. Zo is All I Need Take 2 een fraai stukje lo-fi indierock op Amerikaanse leest geschoeid.

Haagsma's stem heeft een donker randje en komt wat eentonig over. Het eerste is een pluspunt, want het zorgt ervoor dat de muziek niet te lichtvoetig wordt. Het tweede is een bezwaar van voorbijgaande aard. Een groot zanger is Haagsma niet, maar zijn stem past uiteindelijk uitstekend bij de verrassend sterke songs en de lo-fi sound die hij met bas, drums en vooral veel gitaren produceert.

In vrijwel elk nummer gaan fraaie gitaarloopjes vergezeld van een rammelende of fuzzy slaggitaar en dat zorgt ervoor dat het geheel niet te afgewerkt of te netjes klinkt. Vooral de laatste drie nummers op kant A zijn niet te versmaden. Het vlotte Colossal / pck #7 en het daaropvolgende Rictus worden gedragen door heerlijke gitaarpartijen. Hetzelfde geldt voor I Made My Padded Cell My Home, misschien wel het mooiste nummer van de lp, dat de eerste kant afsluit.

Nineties en eighties zijn al aan de orde geweest, maar ook sixties-garage is een referentiepunt in de muziek van Jellephant. Dat klinkt het sterkst door aan het begin van kant B: Snake Attack zou uitstekend kunnen dienen als soundtrack voor een b-film uit de jaren zestig. Het nummer bevat surfinvloeden en zou op een plaat van bijvoorbeeld Man... Or Astroman? niet misstaan. Het meest lichtvoetig is 1955, al krijgt het catchy gitaarloopje tegenwicht van sombere vocalen. De zang in afsluiter Shiver And Shake And Rattle And Sway / pck #6 roept het Amerikaanse duo Timbuk 3 in herinnering.

En dan is het al klaar, na negen songs in 27 minuten en 12 seconden. Maar het is goed zo, want ondanks de  verschillende invloeden is geen sprake van een veelzijdig album. Wel van een coherent geheel en een focus op pakkende songs. Dat levert een fijn album op dat al snel weet te bekoren, aanstekelijk is met een donker randje en gewoon negen mooie liedjes herbergt.

http://www.jellephant.com/ 

https://brighterrecords.bandcamp.com/album/kick-the-swamp 



vrijdag 3 juni 2016

Ggu:ll - Dwaling

Ván Records, 2016

 


Doom metal op zijn best is traag, loodzwaar, bezwerend, meeslepend. In de handen van mindere goden wordt het resultaat prompt strontvervelend, slaapverwekkend en duf. Het is niet velen gegeven een sound neer te zetten die zo overdonderend goed is in al zijn logheid, dat het songschrijverschap zelfs van ondergeschikt belang is. Het Tilburgse Ggu:ll bezit die uitzonderlijke klasse en weet en passant ook nog zes memorabele doom metal-stukken te produceren.

'Dwaling' is niet het eerste wapenfeit van Ggu:ll. Het in 2009 opgerichte viertal leverde eerder twee ep's af, 'Man Dies When He Wants' (2010) en 'waan:hoon' (2014). Van de laatste ep zijn Hoon en Waan allebei op dit album terug te vinden. 'Hypnotic droning doom' noemen de Tilburgers hun muziek en daar is geen woord van gelogen, want 'Dwaling' is een trip. Een trip richting duisternis en verdoemenis. 

Vanaf opener Hoon wordt je langzaam maar zéér dwingend meegezogen de diepte in en daar is geen ontkomen aan. Loslaten doet Ggu:ll namelijk niet, geen seconde. De rauwe emotie spat van het album af en de sfeer is zo donker en droefgeestig dat je er depressief van zou kunnen worden. De doom van Ggu:ll werkt echter louterend, want zelden klonk zwaarmoedigheid zo goed. 

Overbodige versieringen kent de muziek van Ggu:ll niet: elke noot heeft een functie en minimalisme prevaleert boven opsmuk. Werkelijk elke trage doomriff is basic, raak en geladen met emotie. De bas verspilt ook geen noten en versterkt de zwaarte van de muziek. De klappen op de drums klinken vol en komen aan als mokerslagen. 'Dwaling' is ook nog eens moddervet geproduceerd, zonder dat het geluid een brij wordt. 

Alle zes stukken op de lp zijn hetzelfde soort logge gevaartes, maar de voor  het hypnotiserende effect broodnodige monotonie is niet zo ver doorgevoerd dat de tracks inwisselbaar zijn. Elk stuk heeft zijn eigen bijzonderheden. De echo op de gitaar in het intro van Dwaling (Gehirn Und Abrund) bijvoorbeeld en de fantastische opbouw van het stuk, die leidt tot een zware finale die vrij abrupt eindigt. Of de zeer trage riffs die zorgen dat Waan je zes minuten lang in de greep houdt.

Farida Lemouchi, zangeres van The Devil's Blood, is gastvocaliste op Het Smerige Kleed Van De Ziel. De melancholieke zangpartij is haar op het lijf geschreven en combineert wonderwel met de grunt en schreeuwvocalen van William van der Voort. De heftigheid neemt aan het einde van het stuk alleen maar toe en Lemouchi overtuigt als neerslachtige zangeres naarmate Het Smerige Kleed Van De Ziel vordert steeds meer.

Op Het Masker Van De Wereldt Afgetrocken biedt een gruizige noisegitaar tegenwicht aan de simpele melodielijn van de leadgitaar. En mocht je denken dat het niet nog droefgeestiger kan, dan is dat gerekend buiten afsluiter March 28, 1941, Drowning dat er nog een schepje somberheid bovenop doet. Een brok in de keel blijft over, maar ook de onbedwingbare drang om de plaat nog een keer op te zetten.  

Ggu:ll levert met zijn debuutalbum een doom metal-plaat af van grote schoonheid en tijdloze kwaliteit. Waarschijnlijk draait 'Dwaling' over een flink aantal jaren nog regelmatig rondjes op de platenspeler. Er valt helemaal niets aan te merken op deze dubbel-lp; zelfs het artwork is van bijzonder fraai, evenals het smokey green vinyl (maar die versie is in beperkte oplage en al uitverkocht).

http://www.ggull.com/ 

https://ggull.bandcamp.com/album/dwaling 


 

woensdag 1 juni 2016

Indian Askin - Sea Of Ethanol

Guarani, 2016

 


Al op menige plek (Volkskrant, Vpro Gids, Trouw) is de Amsterdamse band Indian Askin neergezet als een van de meest veelbelovende vaderlandse talenten. Dat schept natuurlijk verwachtingen. En het leidt tot scepsis. Want waar zijn die lovende woorden eigenlijk op gebaseerd? Een paar sterke concerten en een goede ep. Het is dan nog maar afwachten of het viertal ook een volledig album weet te boeien. Antwoord op die vraag luidt gelukkig volmondig 'ja'.

Op zich is de muziek van Indian Askin niet heel bijzonder. Invloeden uit jaren negentig indierock, punk, grunge, pop en psychedelica zijn in de meeste nummers in meer of mindere mate terug te vinden, evenals sixties- en seventies-invloeden. Namen als Beck en (in iets minder mate) dEUS borrelen op, maar ook flarden The Flaming Lips, The Kinks en Blitzen Trapper ten tijde van 'Furr' zijn terug te horen in de muziek van de Amsterdammers. Het is de smaakvolle en speelse manier waarop Indian Askin de invloeden weet te combineren tot pakkende songs met een scherp randje die ervoor zorgt dat wel degelijk iets van een eigen geluid ontstaat. 

Vooral dat scherpe randje is belangrijk en maakt 'Sea Of Ethanol' een feest om naar te luisteren. Bijna alle songs op de plaat zijn op een of andere manier catchy, maar het kwartet kiest ervoor het bandgeluid, dat op zich niet al te ruig is, zelfs niet in de snellere nummers, niet teveel te polijsten. Daardoor wordt het gevaar dat in de muziek van Indian Askin op de loer ligt, dat het geheel te braaf gaat klinken, bezworen. Ook slaagt de band erin een opgewekte stemming te creëren zonder te vervallen in oppervlakkige niemendalletjes.

Opener Wake Me Up doet dienst als een aangenaam psychedelisch intro, voordat echt wordt afgetrapt met single Answer, dat zoveel meer is dan alleen maar catchy indierock: sterke baslijn, kek gitaartje, sfeerverhogende toetsen en een humoristische tekst. Pretty Good neemt wat gas terug en is wat dromerig, waarna met het snelle, beschaafd punky Really Wanna Tell You het gaspedaal weer wordt ingedrukt. Het is niet het enige snelle nummer, want ook in het wat ruwere Better One, een van de beste songs op 'Sea Of Ethanol', wordt het tempo hoog gehouden.

Eigenlijk staat deze plaat vol met indierock-hits. Pardon Me is net als Answer catchy as fuck en vooral het instrumentale laatste gedeelte, waarin de simpele, doeltreffende riff wordt vervangen door een stuwend ritme, is ijzersterk. Smudge klinkt als een kruising tussen Beck en The Kinks, maar heeft genoeg onderscheidend vermogen om te overtuigen. 

Niet alles is even geslaagd op dit debuut. Zo valt Island, dat wat lichte hiphopinvloeden herbergt en dat zeker niet slecht is, wat uit de toon. Het op The Kinks-leest geschoeide Asshole Down is melodisch te melig en begint na meerdere keren luisteren te vervelen. Daar staat dan weer tegenover dat de plaat sterk eindigt met het charmante K-Hole, het lekker rockende Candles en de lange, vervreemdende afsluiter Sexy Pants.

'Sea Of Ethanol' klinkt niet al te serieus, waaraan ook de regelmatig ironische en komische teksten debet zijn, maar heeft genoeg muzikale diepgang om meerdere luisterbeurten te blijven boeien. Helemaal door het lint gaan doet de band nergens, er wordt gecontroleerd gemusiceerd, maar toch heeft de band een aangenaam stekelig randje weten te bewaren. Het album is ook nog eens afwisselend zonder dat de coherentie van de plaat als geheel verloren gaat. De paar kleine minpuntjes daargelaten maakt Indian Askin de verwachtingen volledig waar.

http://indianaskin.com/