dinsdag 14 juni 2016

Rival Sons - Hollow Bones

Earache, 2016

 


Jaren zeventig retrorockers zijn er in overvloed, maar weinigen zijn zo goed als het Amerikaanse Rival Sons. 'Hollow Bones' is de vijfde plaat van het kwartet uit Long Beach, Californië, en net als de vier voorgangers is ook dit een goed album. Toch stemt het geheel niet helemaal tot tevredenheid, want de voorganger is een stuk beter. Nu is 'Great Western Valkyrie' ook wel een uitzonderlijk goede plaat, dus die plaat overtreffen is een bijna onmogelijke opgave.  

Zoiets doe je in elk geval niet door nogmaals eenzelfde soort album te maken en dat is wat Rival Sons met 'Hollow Bones' wél doet. En als dan bijna alle composities onderdoen voor hun equivalenten op de vorige plaat, dan rest een gevoel van teleurstelling. Daarmee is niet gezegd dat 'Hollow Bones' een slechte plaat is. Het album is beter dan 'Before The Fire', 'Pressure & Time' en 'Head Down' en dat zijn toch behoorlijk goede rockalbums.

Neem de eerste drie nummers op de nieuwe plaat, Hollow Bones Pt. 1, Tied Up en Thundering Voices: een knallende opener, een minder stevig, bijna hitgevoelige tweede track en een zeer energieke derde song. Het klinkt allemaal lekker, het wordt vol overtuiging uitgevoerd en menige band zou er een moord voor doen om een van die nummers op zijn palmares te hebben staan, maar Electric Man, Good Luck en Secret van 'Great Western Valkyrie' zijn simpelweg nog betere songs.

Niet alleen de eerste drie nummers maken dat onwillekeurig de vergelijking met de vorige plaat wordt gemaakt, de opbouw van 'Hollow Bones' is ook bijna een kopie van de voorganger. Dat betekent veel redelijk korte en energieke tracks in het eerste gedeelte van de plaat, gevolgd door wat meer melancholieke en uitgesponnen songs in het tweede deel. Een afwijkende parel als Destinaton On Course is niet te vinden op 'Hollow Bones', maar in het lange Hollow Bones Pt. 2 wordt wel alles uit de kast getrokken en schittert de band, wereldzanger Jay Buchanan voorop.

Dat de bluesy hardrock van het Californische viertal schatplichtig is aan Led Zeppelin zal iedere rockliefhebber onmiddellijk horen. Maar er zijn meer invloeden. Black Coffee is oorspronkelijk van Ike & Tina Turner, maar Rival Sons baseert zijn versie op die van Humble Pie en benadert met zijn versie de sound van The Black Crowes. Buchanan heeft kennelijk ook een voorliefde voor Jeff Buckley, zoals eerder al bleek op het op 'Head Down' te vinden True. Zo dicht bij het geluid van Buckley komt Buchanan nu niet, maar het afsluitende All That I Want gaat wel weer die kant op.

De originaliteitsprijs zal Rival Sons nooit winnen, maar hun lekker in het gehoor liggende rock is kwalitatief hoogstaand. Dat is ook zo op 'Hollow Bones', maar stiekem was op meer gehoopt. Op wat meer lef en experimenteerdrift bijvoorbeeld. Nu moet de neiging worden weerstaan om het woord 'degelijk' te plakken op deze plaat, maar dat woord heeft in deze context een te negatieve bijklank. 'Hollow Bones' is gewoon een goede plaat, alleen was de vorige beter.

http://www.rivalsons.com/ 



zondag 12 juni 2016

Fanfare Ciocârlia - Onwards to Mars!

Asphalt Tango, 2016

 


Het Roemeense zigeuner-blaasorkest Fanfare Ciocârlia debuteerde in 1999 op cd met 'Radio Pascani', waarop op topsnelheid door drieëntwintig balkantraditionals en -originals werd geraasd. Hoe geestdriftig de plaat internationaal ook werd ontvangen, de mannen uit Zece Prajini realiseerden zich bijtijds dat een leven als speedfanfare niet erg lang zou duren en dus werd op de opvolger 'Baro Biao (World Wide Wedding)' het tempo in een groot aantal stukken teruggeschroefd ten faveure van beter doordachte arrangementen, meer muzikaliteit en invloeden uit de wijde balkanregio en zelfs daarbuiten. Het legde de fanfare opnieuw geen windeieren, waaraan de opwindende live-optredens ongetwijfeld ook hebben bijgedragen.

Ten tijde van het vierde album, 'Giri Garabdi' begon de bekroonde formule sleetse plekken te vertonen en leek de brassband op een dood spoor te zitten. Ook dat moeten de heren zich hebben gerealiseerd, want men ging op zoek naar nieuwe wegen om hun op zich beperkte stijl nieuw leven in te blazen. Dat gebeurde met gemengd resultaat. Zo is 'Queens and Kings' uit 2007, waarop een groot aantal gasten meedoet, een hoogtepunt in het oeuvre van Fanfare Ciocârlia door afwisselende vocalen, rijke arrangementen en sterk songmateriaal. De samenwerkingen met Boban en Marko Markovic en gitarist Adrian Raso leverden minder beklijvende resultaten op.

Op 'Onwards To Mars' doen de Roemenen het weer gewoon zelf, al doet ook op deze plaat een aantal gasten mee. Meest opvallende verschil met voorgaande albums is dat de originele stukken deze keer - op één uitzondering na - niet van de hand zijn van Adrian Sical, maar dat Fanfare Ciocârlia de samenwerking heeft gezocht met Koby Israelite. Israelite is een Israelische klezmer-muzikant die zijn muziek regelmatig aanlengt met jazz en zelfs metal. De vraag is dan natuurlijk of de inbreng van Israelite de Roemenen van nieuw elan voorziet.

Dat lijkt compositorisch niet echt het geval, maar toch is 'Onwards To Mars' een flinke vooruitgang ten opzichte van de laatste twee studio-albums. Kennelijk is de muziekstijl die de fanfare heeft ontwikkeld zo sterk dat de inbreng van een nieuwe componist simpelweg wordt ingepast in de kenmerkende sound, waardoor je het verschil bijna niet merkt. De nieuwe plaat biedt dus geen nieuwe inzichten in de muziek van Fanfare Ciocârlia, maar de nummers zijn over het algemeen sterk en rare fratsen blijven gelukkig achterwege, al is de coverkeuze in een enkel geval discutabel.

Fanfare Ciocârlia coverde in het verleden al Caravan van Duke Ellington, het James Bond-thema en Born To Be Wild van Steppenwolf. Op 'Onwards To Mars' moet I Put A Spell On You van Screamin' J. Hawkins door de balkanmangel worden gehaald. Fanfare Ciocârlia heeft die curieuze covers helemaal niet nodig, maar voor wie niet al te verknocht is aan het origineel kan de balkanversie van I Put A Spell On You er best mee door. Hetzelfde geldt voor Saints & Dates van hofcomponist Israelite, dat is te vinden op zijn album 'Dance Of The Idiots' uit 2003. 

Erg geslaagd is de vermenging van cumbia met balkan brass in het afsluitende stuk: Fiesta De Negritos van de Colombiaanse componist Lucho Bermúdez, met gastbijdrage van de - eveneens Colombiaanse - groep Puerto Candelaria en Israelite op accordeon. Minder is dat men het nodig vond Mista Lobaloba nogmaals op cd te zetten. Het nummer is ook te vinden op 'Baro Biao (World Wide Wedding)' en is dus geschreven door Adrian Sical. Het is toch een beetje een zwaktebod om het stuk nogmaals op te nemen, maar toegegeven moet worden dat de versie op 'Onwards To Mars' niet onderdoet voor de oude versie.

Voor het overige grossiert Fanfare Ciocârlia op 'Onwards To Mars' in fraaie en opzwepende balkan brassmuziek, waarvan naast de afsluiter de Israelite-composities 3 Romanians en Bunica Bate Toba beslist als hoogtepunten moeten worden genoemd, evenals de traditional Trenul, Masina Mica. De klarinetten zijn wat naar de achtergrond verdwenen ten gunste van de saxofoons en de sound is lekker stevig aangezet. De verdeling tussen instrumentale en vocale stukken is goed en de Roemenen klinken bevlogen. De verrassing is er natuurlijk allang vanaf, maar 'Onwards To Mars' is wel een van de betere Fanfare Ciocârlia-albums. 

http://www.asphalt-tango.de/fanfare/fanfare_ciocarlia.html