Elektronica-muzikant Mattias Petersson, woonachtig in Stockholm, bracht tot nu toe werk uit onder zijn eigen naam en daarnaast ook als lid van het duo there are no more four seasons. 'Arterfact' is de eerste cd die onder de naam Codespira1 uitkomt en dat gebeurt op het Nederlandse label Moving Furniture, dat ook cd's uitbracht van onder andereOrphax, Bas van Huizen, Modelbau, Jos Smolders en Gareth Davis.
Petersson studeerde klassiek piano, maar haalde ook een diploma voor elektro-akoestische compositie. Van de klassieke achtergrond van de Zweedse muzikant is op 'Artefact' niets terug tehoren. Petersson maakt gebruik van Buchla elektronica en SuperCollider software en de plaat klinkt modern, elektronisch en abstract. Warme, organische klanken worden niet geproduceerd, maar toch klinkt 'Artefact' verre van kil.
De muziek van Codespira1 is in de meeste stukken opvallend ritmisch, overigens zonder dat sprake is van een constante, laat staan dansbare beat. Hoewel opgedeeld in zeven stukken die iedere een eigen structuur hebben, laat het album zich het best als één geheel beluisteren. De geluiden die Petersson produceert zijn noisy en overstuurd, maar altijd gecontroleerd. Het album opent met een loop van een kleine drie minuten (Case #1), overgaand in een nog grofkorreliger, noisy stuk (Case #2), waarin ritmische patronen worden aangebracht. Die noise is plotsklaps verdwenen als het langere Node #1zijn intrede doet, dat gekenmerkt wordt door onregelmatige ritmiek en een veelheid aan elektronische, vaak hoogfrequente geluiden.Het werk is onrustig en rumoerig en dat maakt het juist spannend.
Met Case #3, een drone, is de noise terug en dat stuk gaat weer naadloos over in Nodes #2 & 3, dat erg spannend is opgebouwd. Door donkere bastonen wordt de sfeerdreigender, wat wordt versterkt door noisy drones die hun intrede doen en weer verdwijnen, plaats makend voor de volgende. Naarmate het stuk vordert neemt het aantal klanken en de lawaaiigheid toe, culminerend in een woelige finale.
De overgang naar Case #4 is fantastisch: de noise sterft weg en over blijft een drone, één lange toon, geladen met spanning, die zo'n twee minuten duurt alvorens uit te doven. Sluitstuk is Artefact: On My Feet, het meest expressieve en luidruchtige stuk op het album. In dit werk is een duidelijke synth-melodie te ontwaren, maar die wordt omringd en ontregeld door agressieve elektronische klanken.
De sfeer op die door Codespira1 wordt gecreëerd is donker en de muziek is behoorlijk abstract en avant-gardistisch,maar steeds is sprake van een duidelijke structuur en een helder idee. De elektronische geluiden zijn doordringend, maar de muziek ademt en daardoor klinkt het album verre van klinisch. 'Artefact' is een enerverende luisterervaring.
Multi-instrumentalist en zanger Toby Driver heeft al vaak aangetoond dat hij niet voor één gat te vangen is. De discografie van zijn Kayo Dot is dan ook nogal grillig; telkens wordt een andere richting ingeslagen dan je op grond van een of meerdere voorafgaande albums zou verwachten. De composities van Driver verraden geniale trekjes, maar ook genieën nemen wel eens de verkeerde afslag.
Fans van Drivers vorige band, de avant-garde metalband Maudlin Of The Well, kwamen nog volledig aan hun trekken toen het debuut van Kayo Dot, 'Choirs Of the Eye' in 2003 verscheen. De plaat barstte uit zijn voegen van muzikale ideeën en moeilijk verenigbare genres als modern klassiek, ambient en metal werden moeiteloos aaneengesmeed binnen een en hetzelfde stuk. De climaxen logen er niet om en het is niet vreemd dat liefhebbers van die plaat hunkeren naar meer van hetzelfde.
Maar Kayo Dot doet dat dus niet; elk album moet anders zijn dan het vorige en dat betekent wennen bij iedere nieuwe plaat die verschijnt. De resultaten zijn wisselend. Zo is 'Coyote' uit 2010 een hoogtepunt in het oeuvre van de band: minder strak ingekaderde muziek, op de voorgrond tredende jazz(rock)invloeden en volop ruimte voor experiment in vijf langzaam hun geheim prijs gevende stukken. Het eclecticisme van de band komt goed naar voren op het eveneens sterke en soms chaotische 'Hubardo' uit 2013, waarop avant-garde, black metal, noise en post-rock zijn terug te horen en ook blazers een voorname rol spelen.
De vorige plaat, 'Coffins On Io' uit 2014, deed de wenkbrauwen fronsen. Het metalelement is op dat album volledig verdwenen en een belangrijke rol is weggelegd voor synthesizers in muziek die naar jaren tachtig synthpop neigt. Verrassenderwijs wordt die lijn op 'Plastic House On Base Of Sky' doorgetrokken. Er is deze keer geen sprake van een duidelijke koerswijziging. Sterker nog: de plaat wordt vrijwel volledig gedomineerd door synthesizerklanken. De gothic feel van de voorganger is verdwenen en Kayo Dot klinkt braver dan ooit. Het maken van een compacte popsong met kop en staart is nooit een troef van Kayo Dot geweest en ook op 'Plastic House On Base Of Sky' is sprake van lange stukken, het laatste stuk uitgezonderd. Depeche Mode en zelfs Roxy Music klinken door in de weloverwogen en gelaten klinkende synthpop en dat is geen aanbeveling. Na meerdere draaibeurten treedt wel gewenning op, met name wat de synthklanken betreft, maar beklijven doet de muziek nog steeds niet.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de composities stuk voor stuk knap in elkaar steken en dat de muziek veel gelaagder is dan je bij oppervlakkige beluistering hoort, maar dat neemt niet weg dat het album als geheel voortkabbelt. Er zijn bijna geen uitschieters. Het is een verademing als aan het einde van Magnetism iets van een climax te horen is, al is dat niet te vergelijken met een van de alles verwoestende apotheoses op 'Choirs Of The Eye'. De ritmisch interessante drumpatronen zorgen wel voor levendigheid en daarom blijft het predikaat 'ronduit saai' achterwege.
Voor wie houdt van serieuzere jaren tachtig synthpop, zal 'Plastic House On Base Of Sky' wellicht genoeg moois bevatten. De muziek is goed uitgevoerd maar ongevaarlijk. Wie bekend is met het oude werk van de band zal weinig van zijn of haar gading vinden op het nieuwe album en wie had gedacht (en gehoopt) dat Kayo Dot na 'Coffins On Io' opnieuw een andere koers zou gaan varen, komt bedrogen uit.Hopelijk komt die koerswijziging er alsnog op de volgende plaat.
Uit Berlijn komt het kwartet Earth Ship, dat metal maakt met een duidelijk alternatief randje. 'Hollowed' is de vierde cd van de band en de licht opgaande lijn die op het vorige album ('Withered' uit 2014)te horen was wordt nu flink doorgetrokken. "Skull crushing, whisky soaked riff power" noemen de Duitsers hun muziek. Opduvel houdt het op sludge metal, maar sterke riffs heeft Earth Ship zeker.
Eigenzinnig kun je Earth Ship moeilijk noemen, want de invloeden zijn overduidelijk: oude Mastodon, The Sword en Baroness, maar vooral ook Alice In Chains. Gitarist/zanger en songschrijver Jan Oberg beschikt over een aardige deathcore-achtige strot, maar overtuigt meer wanneer hij clean zingt endatvooral als hij wordt bijgestaan door bassiste/zangeres (en echtgenote) Sabine Oberg ende zang klinkt als het illustere duo Layne Staley/Jerry Cantrell.
Earth Ship klinkt niet zo persoonlijk als Alice In Chains in zijn hoogtijdagen, maar 'Hollowed' weet wel degelijk een snaar te raken. Het album ademt een aangenaam soort melancholie. Echt depressief wordt het echter niet en de somberheid past perfect bij de riff-georiënteerde songs. De sludgesound wordt regelmatig verrijkt met stoner, grunge en doom en de band slaagt erin een evenwichtig, coherent album te creëren waarin ook genoeg afwisseling te vinden is.
'Hollowed' is warm geproduceerd; niet te klinisch maar zeker ook niet te smerig. De doomy klinkende gitaren mogen soms wat gruizig klinken, de algehele sound is verzorgd en elke instrumentale partij is goed te onderscheiden. Het gaat niet ten koste van de power van de muziek van Earth Ship, want de vette riffs missen hun slopende uitwerking niet.
De plaat opent met Reduce To Ashes. De sound is heavy, grommende en cleane vocalen wisselen elkaar af en de gitaren zijn laag gestemd. De simpele doom-riff aan het einde van het titelstuk is erg lekker. In The Arms Of Medusa, Castle Of Sorrowen Valley Of Thornsbewijzen dat Earth Ship ook een tempootje hoger overtuigt,al is Mastodon in laatstgenoemde track wel erg dichtbij, niet in de laatste plaats door het alomtegenwoordige drumwerk van Florian Häuser. Halverwege zakt het tempo en bevinden we ons weer op AIC-terrein.
In elke song op 'Hollowed' weten de Berlijners een portie melodie te leggen die ervoor zorgt dat de zware metal redelijk licht verteerbaar is. Variatie wordt gevonden in het tegendraadse ritme van Monolith, waarin ook een stukje progrock zit verwerkt, zij het heel kort.De meest memorabele gitaarriff is te vinden inSafeguard Of Death, dat heerlijk heavy wegstampt. Halverwege komt Black Sabbath even om de hoek kijken. Red Leaves is dan weer een melodieus pareltje en The Edge Of Time benadrukt de doom-kant van de band. Die song komt overigens nog een keer voorbij, als bonustrack en in een akoestische versie. De kwaliteit wordt daarmee onderstreept, want ook in die minder heavy variant blijft het nummer fier overeind.
Echte uitschieters zijn op 'Hollowed' niet te vinden, maar daar staat tegenover dat er ook geen enkele mindere song op staat. Zelfs de instrumentale bonustrack Blood Candy overtuigt volledig. Originaliteit is in geen velden of wegen te bekennen, maar wie maalt erom als de muziek zo goed wordt uitgevoerd?