In januari vorig jaar kwam Zun Zun Egui uit het Engelse Bristol met zijn tweede plaat 'Shackles' Gift'. Evenals voorganger 'Katang' uit 2011 was dat een heerlijke bonte mix van stijlen, met een duidelijk accent op Afrikaanse ritmes. Het deed uitzien naar de live-verrichtingen van de band (er stond een concert in het Groningse Vera gepland), maar in juni 2015 besloot de band het voor gezien te houden.
De oorspronkelijk uit Mauritius afkomstige zanger Kushal Gaya heeft gelukkig meer ijzers in het vuur. Van zijn andere band Melt Yourself Down verschijnt de tweede cd 'Last Evenings On Earth' en daarop is al net zo'n opzwepende kruisbestuiving te horen als op 'Shackles' Gift'. Er zijn echter ook wat verschillen, want bij Melt Yourself Down ligt de nadruk nog meer op de afrobeat, waardoor de plaat wat coherenter is dan die van Zun Zun Egui. Ook is een behoorlijk grote rol voor twee tenorsaxofoons weggelegd.
De Afrikaanse ritmes worden bij Melt Yourself Down op eigenzinnige verrijkt met invloeden uit jungle, reggae, punk, avant-garde en freejazz. Talking Heads zijn ook een hoorbare invloed, vooral ritmisch. De band weet ogenschijnlijk niet bij elkaar horende stijlen en muzikale frasen te combineren in zijnzomerse sound met een donker randje. Goed voorbeeld is The God Of You, waarin een saxmotief wordt neergelegd dat uit een ander nummer lijkt te zijn weggelopen maar dat wonderbaarlijk goed werkt, evenals de vrij solerende tenorsax.
Een sterke rol is ook weggelegd voor de bas, die in vrijwel elke track prominent aanwezig is en samen met de alomtegenwoordige percussie voor heerlijk dansbare grooves zorgt. Vooral in het korte Communication weet Ruth Goller een fantastisch diepe baspartij neer te leggen en ook het baswerk in Bharat Mata is grandioos. Het is een van de songs waarop Gaya in het Creools zingt, wat hij vooral in het tweede gedeelte van 'Last Evenings On Earth' doet.
Elektronische klanken zijn opvallend aanwezig in hoogtepunt Jump The Fire, waarin de beat iets trager is dan op de andere songs en een zware groove wordt gevonden die wordt losgelaten en weer wordt opgepakt. De een- dan wel tweestemmige saxen, uitgekiende percussie en uitbundige zang maken het muzikale plaatje op fraaie wijze compleet. Stilstaan is moeilijk want Melt Yourself Down dwingt je gewoon tot dansen, vooral op de onweerstaanbare beats en grooves van Big Children (Gran Zanfan) en Body Parts. 'Last Evenings On Earth' is een drukke plaat en daar zal niet iedere luisteraar gelukkig van worden. Wie echter houdt van stuiterende ritmes en muzikale diepgang, is bij Melt Yourself Down aan het goede adres. Het aantal lagen is groter dan je op het eerste gehoor zou denken en daardoor valt er nog lang wat nieuws te ontdekken in de muziek van het zevental. De heerlijk eigenwijze mix van stijlen is een lust voor het oorén goed voor de dansspieren. http://meltyourselfdown.com/
zaterdag 25 juni 2016
Live: Shaking Godspeed & Mango Zabba
Brigant, Arnhem
Vrijdag 24 juni 2016
Schrijversduo Iona Daniel en Rineke Roosenboom hebben onder de vlag van Orkater/De Nieuwkomers een theatervoorstelling gemaakt met rockband Shaking Godspeed. Het stuk beleefde recent zijn première tijdens het Oerol Festival. De soundtrack is tevens op cd verschenen en vanavond wordt die cd gepresenteerd met een optreden van Shaking Godspeed in het Arnhemse Brigant.
Als voorprogramma fungeert het Twentse Mango Zabba, waarvan de muziek wordt omschreven als psychedelische rock. Psychedelische rockbands zijn er vandaag de dag in overvloed maar helaas weten maar weinigen echt te boeien. Mango Zabba doet dat wel, in ieder geval vanavond in Arnhem. Het viertal start nog wat aarzelend met een instrumentaal stuk. Of is het slechts een intro? Het is niet helemaal duidelijk, maar daarna weet de band een aantal fijne songs te berde te brengen die bij het in redelijke getale opgekomen publiek in goede aarde vallen. Mango Zabba weet vooral te overtuigen met fraaie gitaarpartijen, zowel in het samenspel als tijdens de solo's. Van oeverloos gesoleer is gelukkig geen sprake, de meeste songs hebben gewoon een kop en een staart en muzikaal klopt het allemaal. Goed optreden van een band om in de gaten te houden.
'Rumspringa' is de titel van het theaterstuk en de nieuwe cd van Shaking Godspeed. Dat het viertal een uitstekende liveband is, heeft het al lang en breed bewezen maar het is toch altijd de vraag of het nieuwe materiaal live goed overkomt. Nou, reken maar! 'Rumspringa' is een mooie plaat, al zijn wat luisterbeurten nodig om het gebodene op waarde te kunnen schatten, maar live komen de gespeelde nummers nog veel beter uit de verf dan op cd.
Wellicht is het de combinatie met de nummers van voorganger 'Welcome Back Wolf' die het 'em doet, maar Shaking Godspeed legt vanavond een optreden neer zonder ook maar één zwak of minder moment. Openen doet de band nog rustig, met het laatste nummer van de nieuwe plaat, Gideon, dat sterk wordt uitgevoerd maar slechts een opmaat is tot een dampend concert dat de dansspieren bij het publiek in beweging zet. Stilstaan is er gewoon niet bij, niet alleen bij reeds bekende krakers als Future Boogie,Welcome Back Wolf en She's Young, maar ook op songs van 'Rumspringa' als Wir Sind Heim, Krak, Kraak, It's A Boy! en Beter een Niemandsland.
Shaking Godspeed rockt niet alleen maar recht vooruit. In vrijwel elk nummer zit een twist, een wending die ervoor zorgt dat voorspelbaarheid uitblijft. De gedrevenheid die band daarbij uitstraalt heeft zijn weerslag op het publiek dat, in ieder geval op de voorste rijen, enthousiast reageert en danst. De vier heren weten ook nog eens perfect af te sluiten met een uitbundige versie van het titelstuk van de laatste plaat. Het tempo wordt aan het einde een paar keer flink opgevoerd, waardoor de dansers worden opgezweept en naar een kolkend hoogtepunt wordt toegewerkt.
En zo eindigt een geweldig concert waarin de songs van de laatste twee platen perfect op elkaar aansluiten. Pas in het voorjaar van 2017 gaat 'Rumspringa' als theaterstuk het land door, maar het is te hopen dat Shaking Godspeed voor die tijd nog regelmatig op het podium te vinden is, want het concert in Brigant smaakt naar meer, veel meer.
Indierock die klinkt alsof de jaren negentig nooit voorbij zijn gegaan, dat is wat het jeugdige kwartet Mourn uit Catalonië te bieden heeft op 'Ha, Ha, He.' Het is de opvolger van het titelloze debuut van een kleine anderhalf jaar geleden en voor die plaat gaat de eerste regel van dit stuk ook op. Op 'Ha, Ha, He.' zet Mourn wel een stap voorwaarts ten opzichte van het debuut, al is het geen hele grote.
De leden van Mourn zijn te jong om de hoogtijdagen van de indierock in de eerste jaren van de nineties meegemaakt te hebben. Toch zijn het bands als Throwing Muses, Nirvana, Sleater Kinney, Chavez en Sunny Day Real Estate waarvan de namen komen opborrelen bij het beluisteren van dezeplaat. Niet dat Mourn zo goed is als die bands, nog niet althans, maar de invloeden zijn wel verwerkt in nummers met genoeg eigen smoel om bestaansrecht te hebben.
'Ha, Ha, He.' is vrij mat geproduceerd en klinkt ook daardoor erg nineties. Het benadrukt het onderscheid tussen de nummers niet, maar het past wel goed bij de korte rocksongs van het viertal. De zang klinkt enigszins vlak en verveeld maar ook dat sluit prima aan op de muziek van Mourn. En met die muziek is weinig mis. De gitaren klinken lekker rauw, gruizig, hoekig, maar het zijn de prachtige baslijnen van Leia Rodríguez die de show stelen op dit album. Op debuut 'Mourn' pasten tien nummers in twintig minuten; op de opvolger passen er twaalf in zevenentwintig minuten. Alle songs, afsluiter Fry Me uitgezonderd, klokken onder de drie minuten en soms zelfs onder de twee minuten. De songs zijn wat beter doordacht dan op de debuutplaat en Mourn klinkt daardoor volwassener, echter zonder dat iets van het jeugdige elan verloren gaat.
Mourn opent 'Ha, Ha, He.' verrassend met een instrumentaaltje, het heerlijk voortjagende Flee, dat meteen een van hoogtepunten van de plaat is. Op simpele uptempo rockers als Howard,President Bullshit en het jachtige Irrational Friendvindt de band een mooie balans tussen indierock,lo-fi en grunge. De korte lengte van de songs, die ongepolijst worden gebracht, werkt in het voordeel van Mourn. Gertrudis, Get Through This is in in dit verband het beste voorbeeld:uptempo, catchy, rauw en compact.
Daarnaast bevat het album ook wat meer doordachte songs, zoals afsluiterFry Me, dat wordt verrijkt met een fraaie bassolo in het midden en met een lekker gruizige tempoversnelling eindigt.Storyteller is ook een nummer dat op meer dan één idee is gebaseerd en dat omslaat van ingehouden naar uitgelaten. Ook in het hoekige Evil Deadkomt Mourn tot meer dan couplet-refrein. Er is wel iets dat op een refrein lijktmaar dat wordt maar één keer gespeeld, waardoor voorspelbaarheid wordt voorkomen.
Het wiel opnieuw uitvinden doet Mourn uiteraard niet, maar op 'Ha, Ha, He.' wordt de weinig originele muziek wel vol overtuiging gebracht. Een enkele minder track daargelaten (I Am A Chicken, Second Sage) staat de plaat vol lekker in het gehoor liggende en pretentielozeindierock die toch net dat beetje diepgang heeft om langer dan een paar draaibeurten mee te gaan.
Klarinettist/saxofonist Michael Moore maakt er een gewoonte van om op zijn eigen Ramboy-label na een tijdje stilte een aantal cd's ineens uit te brengen, soms zelfs tot zes tegelijk (in 2011). Het laatste drietal schijfjes verscheen in december 2013 en betreft zijn samenwerking met pianist Achim Kaufmann. In 2016 vindt Moore het tijd voor uitgaven van zijn Fragile Quartet ('Live in Chicago') en Felix Quartet. Teleurstellen doet Moore eigenlijk nooit, en ook nu treft hij twee keer doel. Live in Chicago
Een van de allermooiste cd's van Michael Moore verscheen in 2008 en is getiteld 'Fragile'. Daarop zijn naast Moore pianist Harmen Fraanje, bassist Clemens van der Feen en drummer Michael Vatcher te horen. Het kwartet werd voorheen aangeduid als Michael Moore Quartet, maar daar is nu dus het woord Fragile aan toegevoegd. In wezen is sinds 2008 niets aan de muzikale aanpak veranderd, maar de verfijnde en melodieuze jazz is zo wonderschoon dat het keer op keer blijft boeien.
Iedere tournee die het kwartet onderneemt wordt louter nieuw materiaal gespeeld en zo geschiedde ook op 19 april 2014 op het podium van Constellation in Chicago, waarvan 'Live in Chicago' een weergave is. De opname is trouwens zo loepzuiver dat je niet zou zeggen met een liveplaat te maken te hebben.
Moore is te horen op klarinet en altsax en zijn spel is zoals zo vaak lyrisch, bedachtzaam en melodieus. Vatcher is opvallend door zijn losse speelstijl en inventief gebruik van bekkens en allerhande percussie. Fraanjes sprankelend melodieuze pianospel is gedoseerd, laat ruimte en zorgt ervoor dat de muziek ademt. Aan dat laatste aspect draagt de ronde bastoon van van der Feen ook bij. Hij toont zich als solist ook van zijn melodieuze kant.
In opener Triptych wordt de aangename muzikale reis verrijkt met een Oosterse klarinetmelodie en fraai spel van Vatcher op hammer dulcimer. Zeer noemenswaard is de lange solo van Van der Feen op Seascape. Op het wat snellere Boogie Man eist Fraanje de hoofdrol op met een lange solo. Drang naar voren is ook te vinden in het lange en speelse A Wall/Shrink, maar verstilde ballads als In The Moon, Gauzy, A Few Seconds (Of Overwhelming Harmony) en Go To Gate bepalen mede de sfeer.
Bovenal
is 'Live in Chicago' een album dat zijn schoonheid ontleent aan zijn
consistentie en ontspannen rust. Een echte uitspatting is niet te vinden op de
cd; hetzelfde rustige maar bewogen stramien blijft de volle
vierenzeventig minuten gehandhaafd. De muziek schreeuwt niet om aandacht maar trekt die als vanzelfsprekend en op zeer fraaie wijze naar zich toe.
Felix Quartet
Op 22 augustus 2014 speelde het kwartet bestaande uit Michael Moore (altsax en klarinet), Wolter Wierbos (trombone), Wilbert de Joode (bas) en Michael Vatcher (drums, hammer dulcimer) in Felix Meritis in Amsterdam. Moore schreef de muziek speciaal voor dit kwartet en voor deze gelegenheid. Het nu op cd vastgelegde concert is het enige concert dat het Felix Quartet tot nu toe gaf en wellicht blijft het daar ook bij.
Met De Joode en Wierbos in plaats van Van der Feen en Fraanje ontstaat een geheel andere dynamiek tussen de muzikanten. Daar dragen ook de door Moore voor dit kwartet aangedragen stukken aan bij, want die zijn minder lyrisch en sprankelend en er is meer ruimte voor speels experiment. Opener Ramses begint weliswaar verstild, maar de toon is duisterder dan die van het Fragile Quartet, wat mede te danken is aan de veel donkerder bastoon van de Joode ten opzichte van die van Van der Feen.
Opvallend is dat op deze plaat vrijwel steeds gezamenlijk wordt gemusiceerd; er worden geen solo's zonder begeleiding ingelast. Waar compositie ophoudt en improvisatie begint, is somsmoeilijk te ontdekken.Drubbing is gebouwd rondom een melodie van sax en trombone, waaronder De Joode en Vatcher in de weer zijn met creatief spel. Een lome, bluesy baslijn vormt de basis voor Big Dog. Moore en Wierbos soleren tegelijkertijd.
Gespannen reflectie is er in het eerste gedeelte van Away, Away, mede gedragen door het langzame thema. Onder de trage noten van Wierbos en Moore vinden Vatcher en De Joode ruimte voorsolistisch spel. Halverwege slaat het stuk om, wordt het lichtvoetiger en nemen sax en trombone de solo-rol weer op zich. Het speelse Lower Fortylijkt voor het grootste gedeelte geïmproviseerd, met fantasierijk spel van alle vier de muzikanten.
Cry begint ingetogen, waarna drums en bas een lichte groove vinden. Tegen het einde de rechtvaardigt de droeve melodie van sax en trombone de titel van het stuk. Het bedrijvige Ant Highway heeft ook zo'n toepasselijke titel, vooral dankzij het snelle basloopje. Tis Abay eindigt met een fraaie unisono gespeelde melodie en besluit de cd op gepaste wijze.
'Live in Chicago' en 'Felix Quartet' tonen twee verschillende kanten van het muzikale spectrum van Michael Moore.Een favoriet kiezen is moeilijk (hoeft natuurlijk ook helemaal niet), want zowel de bedachtzame, ingetogen kant van het Fragile Quartet als de wat speelsere en vrijere kant van het Felix Quartet heeft zijn eigen charme. Er was tot nu toe al veel moois te vinden op Ramboyen deze twee cd's zijn een prima aanvulling op de catalogus van het label.
Mette Rasmussen, Paul Flaherty & Chris Corsano - Star-Spangled Voltage
Hot Cars Warp, 2016
De Amerikaanse drummer Chris Corsano en de Deense, maar vanuit Noorwegen opererende saxofoniste Mette Rasmussen brachten vorig jaar de sterke duo-cd 'All The Ghosts At Once' uit. Op de tweede plaat waarop zij samen zijn te horen, een lp op het door Corsano gerunde Hot Cars Warp Records, krijgen zij gezelschap van de Amerikaanse saxofonist Paul Flaherty. Wie bekend is met de discografie van Corsano, hoeft niet verbaasd te zijn dat het tot dit trio gekomen is. Corsano en Flaherty werkten al zeer vaak samen; vanaf 'The Hated Music' uit 2000 zijn regelmatig albums verschenen waarop beide heren te horen zijn, zowel als duo als in samenwerking met andere muzikanten, zoals Thurston Moore, Jim O'Rourke, Steve Swell, Tony Conrad, Daniel Carter, Christina Carter en Heather Murray. Rasmussen timmert de laatste jaren actief aan de weg, maakt deel uit van punkjazztrio Trio Riot samen met tenorsaxofonist Tim Andreae en drummer David Meier, en zij is ook onderdeel van de laatste bezetting van Fire! Orchestra, waarvan onlangs 'Ritual' verscheen.
Rasmussen is altsaxofoniste, Flaherty speelt op deze plaat alt- en tenorsax.Hij is een stuk ouder dan Rasmussen en Corsano, maar van een generatiekloof is op 'Star-Spangled Voltage' niets te merken. En van onwennigheid evenmin, want Rasmussen en Flaherty spelen samen alsof ze nooit anders hebben gedaan. Het afsluitendeIn The Light Of Things is daarvan het beste voorbeeld: een saxofoonduet waarop goed te horen is hoe goed de twee op elkaar ingespeeld zijn. Het volledig vrije spel bestaat niet alleen uit onstuimig langs elkaar heen toeteren. Dat gebeurt uiteraard ook, maar er lijkt ook daadwerkelijk sprake van hecht samenspel, maar dan zonder afspraken van tevoren.
'Star-Spangled Voltage' opent met Salvaged. Beide saxofonisten openen, waarna Corsano zich in de strijd mengt met vurig drumspel. Corsano houdt in het stuk een paar keer stil om Rasmussen of Flaherty soloruimte te geven. Die ruimte wordt door beiden benut met soms furieus saxspel, waardoor niets van de slagkracht van het stuk verloren gaat. Pas na minuten wordt overgeschakeld naar een ietwat rustiger idioom. Corsano's snelle spel op de toms zorgt voor spanning. In het daaropvolgende gedeelte gaan alle drie de muzikanten voluitin het meest opwindende stuk van de plaat.
Corsano start met rollend drumspel c.800 BCE (Hit The Ground Running), dat zowaar nog robuuster klinkt dan het eerste stuk.Bijzonder mooi zijn de hoge altsaxnoten van Rasmussen in combinatie met het zeer driftige spel van Flaherty. Corsano is constant in de weer op zijn hele drumkit en legt niet zozeer een ritmische als wel een stuwende en krachtige basis. In het kant A afsluitende Salt slaat de stemming om.Hier geen kracht en onstuimigheid, maar met een strijkstok bespeelde bekkens en hoge experimentele saxklanken van Rasmussen.
Reckoningis het meest afwisselende stuk van de plaat. Daarvoor wordt ook de tijd genomen, want met zo'n 15 minuten is de opener van kant B het langste stuk op de lp. Beide saxofoons draaien om elkaar heen, vinden elkaar soms en nemen dan weer ieder een andere afslag. Het is geen spel van aantrekken en afstoten, maar uiteraard wel van luisteren en reageren. Corsano fungeert als onstuimig draagvlak, maar weet ook rust te creëren, bijvoorbeeld door even alleen de bekkens te beroeren.De rust is vaak van korte duur; alle drie de spelers zijn veel te grillig om lang in rustig vaarwater te verpozen.
'Star Spangled Voltage' is een vrije improvisatieplaat maar de muziek van het trio klinkt in alle onstuimigheid opvallend eensgezind, alsof de drie muzikanten niet anders doen dan dagelijks met elkaar musiceren. Men zoekt en vindt ruimte en vaak is die ruimte te vinden in het gezamenlijke spel.Het losse en speelse karakter van de muziek zorgt voor een verrukkelijk frisklinkend album.