vrijdag 20 mei 2016

Howls of Ebb - Cursus Impasse: The Pendlomic Vows

I, Voidhanger, 2016

 


Wat te denken van een band waarvan de leden zichzelf ::zEEE-LuVft-huuND en RoTnn'BlisssS noemen? Vaag? Zo vaag is de metal van Howls of Ebb ook. Zo slecht zijn die namen dus nog niet gekozen, maar aanstellerij blijft het natuurlijk wel. Op het tweede volledige album (na debuut 'Vigils of the 3rd Eye' uit 2014 en ep 'The Marrow Veil' uit 2015) weet de van trio tot duo geslonken band uit San Francisco een aardig imponerend geluid te creëren, al zijn niet alle stukken even sterk.

En wat speelt Howls of Ebb nu eigenlijk? Black metal? Death Metal? Doom? Van alles een beetje, maar niets overheerst. "Limbonic Death Hymns" noemen ze het zelf. Hoe je het ook wenst te typeren, de muziek van het duo is in ieder geval een smerig en occult brouwsel dat behoorlijk eigenzinnig klinkt. Aan heldere structuren heeft Howls of Ebb een broertje dood en het woord 'song' komt ook niet in het vocabulaire van het tweetal voor. Het zorgt ervoor dat de muziek niet makkelijk wegluistert, maar van een onontwarbare kluwen is gelukkig geen sprake.

De muziek van Howls of Ebb is aantrekkelijk omdat het onvoorspelbaar is, zonder dat de combinatie van stijlen of de overgangen binnen de tracks geforceerd aandoen. Dit duo moet het niet hebben van muilperen die je recht in je smoel raken. De sound is wat modderig, doomy; meer het soort muziek dat je langzaam opslorpt in plaats van in je gezicht te exploderen. Opvallend is ook dat het doomy element aanwezig is terwijl Howls of Ebb toch ook regelmatig het gaspedaal indrukt en snel speelt.

Die snelheid wordt direct ingezet in opener The 6th Octopul'th Grin, dat na een rollend begint zelfs naar speedmetal neigt, inclusief gitaarsolo. Niet voor lang natuurlijk, want het tempo wordt met hetzelfde gemak drastisch naar beneden geschroefd, waarna dreigende fluisterende vocalen en een doom-bas een sinistere sfeer neerzetten. En dat is nog maar het eerste gedeelte van de openingstrack. Even later komen elementen uit traditionele heavy metal voorbij in het gitaarspel. Het stuk eindigt weer traag.

Cabals of Molder voert de snelheid weer op, de drums worden gegeseld, de bas is diep, de vocalen donker en de gitaren lijken alle kanten op te vliegen. Maar ook nu: het mag niet te lang duren, want het tempo moet naar beneden. Een simpele riff gaat vergezeld van ijle gitaarklanken die de sfeer naar occult doen overhellen. De band blijft wel iets te lang hangen in dit gedeelte en dat wreekt zich vooral als daarna Maat Mons' Fume ook in een lage versnelling en niet al te heavy begint. Even is de betovering verbroken, maar niet voor lang, want in Maat Mons' Fume wordt naar een tempoversnelling toegewerkt die zijn uitwerking niet mist.

Het meest modderig klinkt het tweetal in 7 Ascetic Cinders, 8 Dowries of g'AnOm; alsof een afzichtelijk gedrocht uit de natte klei wordt getrokken. Veel geheimzinniger en duisterder krijg je het niet. De vocalen zijn van een onheilsprofeet. Net als je denkt dat Howls of Ebb te lang in een lage versnelling blijft spelen, is daar de plotse versnelling. Thrash metal-elementen zijn terug te horen in het gitaarspel in Subliminal Lock - A Precursor To Vengeance. Opnieuw een sterke track, maar het trucje 'snel beginnen en dan tempo omlaag' is inmiddels wel een beetje sleets. Dat wordt goedgemaakt door afsluiter en hoogtepunt The Apocryphalic Wick, dat lang met minimale middelen dreiging creëert, voordat uiteindelijk de daarmee aangekondigde uitbarsting zijn verlossende werk doet.

'Cursus Impasse' is, hoewel stevig, geen echt agressieve plaat, daarvoor is de sound te zompig en wordt te vaak gas teruggenomen. De intensiteit blijft niet altijd op peil, maar daar staat tegenover dat van eenvormgheid geen sprake is. Dreiging, occultisme en duisternis bepalen de sfeer en zorgen voor drie kwartier ijselijk vertier.

https://i-voidhangerrecords.bandcamp.com/album/cursus-impasse-the-pendlomic-vows 


woensdag 18 mei 2016

Warped Dreamer - Lomahongva

RAT Records, 2016

 


Warped Dreamer is een Noors-Belgisch improvisatiekwartet waarvan de muziek niet in één genre is te vatten. 'Lomahongva' is de eerste plaat van het viertal en het betreft een registratie van het concert dat werd gegeven in Het Bos te Antwerpen op 17 januari 2015. Waar het op dit blog vaker gaat over platen die niet direct bij de eerste luisterbeurt alle geheimen prijsgeven, geldt dat zeker voor dit album. Maar ook nu wordt de doorzetter beloond.

Drummer Teun Verbruggen en keyboardist Jozef Dumoulin kennen elkaar al jaren en musiceren vaak in elkaars gezelschap, zoals in The Bureau Of Atomic Tourism. Daarnaast is Verbruggen bekend van zijn werk met Flat Earth Society en recent vormde Dumoulin met saxofonist Ellery Eskelin en drummer Dan Weiss The Red Hill Orchestra. Trompettist Arve Henriksen speelt onder andere in Supersilent en met Trygve Seim. Hij is befaamd om zijn fluisterzachte trompetspel. De experimentele gitarist Stian Westerhus maakte met Pale Horses in 2014 de cd/lp 'Maelstrom' en van hem verscheen eind vorige maand ook het album 'Amputation'. 

De vorige alinea betreft slechts een korte schets van de vier muzikanten die Warped Dreamer vormen. Er zit veel ervaring in deze band, dat moge duidelijk zijn. Opvallend is dat alle leden van het kwartet gebruik maken van elektronica. Het album kent een veelheid aan elektronische klanken, waarvan je je steeds afvraagt wie van de vier die geluiden produceert. Op 'Lomahongva' wordt het de luisteraar niet makkelijk gemaakt.

Het duurt dan ook een flink aantal luisterbeurten voordat de puzzelstukjes in elkaar beginnen te vallen. Liefhebbers van swingende of uptempo jazz komen hier sowieso niet aan hun trekken, liefhebbers van experimentele klanken des te meer. 'Lomahongva' is een plaat vol geïmproviseerde muziek waarin invloeden uit jazz, ambient, noise en rock zijn te ontdekken. Warped Dreamer doet niet aan hapklare brokken maar maakt een onorthodox en experimenteel brouwsel.

'Lomahongva' begint rumoerig met Kenda/Taa. Henriksen speelt fluit, even later trompet, en ook de andere instrumenten (drums, gitaar en Fender Rhodes) zijn nog gemakkelijk als zodanig te herkennen. Henriksen speelt kalm, maar Verbruggen is juist zeer actief met klaterend drumspel, doeltreffend ondersteund door dienend spel van Westerhus. Vier minuten in het stuk wordt de energie verder opgevoerd, waarna het zaakje wordt ontregeld door de Fender Rhodes van Dumoulin. Het is de inleiding van een rustiger gedeelte, waarin het tempo eruit is en bedachtzaam wordt gemusiceerd.

Kenda/Taa loopt naadloos over in Nahimana, een veel minder expressief stuk. De muziek neigt naar ambient. Iedere muzikant vindt zijn manier om het klanktapijt te verlevendigen met voorzichtig spel. De rust is gespannen en daardoor meeslepend. Soms is er een elektronische polsslag, even later is die weer weg. Rond de zevende minuut neemt plots de dreiging toe, die weer wordt afgebouwd zonder dat het tot een uitbarsting is gekomen.

Verbruggen, Dumoulin en Westerhus zorgen met hun instrumenten voor een bont gekrioel in het eerste gedeelte van Sahpooly. Even verderop vindt Westerhus een rockriff, maar die duurt maar kort; elektronische klanken verdringen de neiging rechttoe-rechtaan te musiceren. Na vier en een halve minuut wordt plots rust gevonden, al is het een gespannen rust. Henriksen meldt zich voor het eerst aan het front met een beheerste trompetsolo, aanvankelijk met een clean geluid maar even later elektronisch gemanipuleerd.

Grootste uitdaging op 'Lomahongva' is het zestien minuten durende Odahingum. Er is bijna geen voorwaartse beweging te bekennen en het stuk geeft de luisteraar weinig houvast. Met aftastend spel weet het viertal echter ook weer spanning te creëren en het stuk is zo rijk aan klanken dat elke draaibeurt weer iets nieuws valt te ontdekken. Henriksen neemt na circa zeven minuten het heft in handen met een lange, kalme solo, begeleid door lichtjes dreigende Fender Rhodes, bekkens en even later ook gitaar. 

Het afsluitende Tehya/Ogin voelt na het lange Odahingum als een soort verlossing. Aanvankelijk nog zonder tempo, maar het spel wordt drukker. Net als in Sahpooly zijn het Verbruggen, Dumoulin en Westerhus die voor opwinding zorgen. Opvallend is de elektronisch vervormde stem van Henriksen en het veel robuustere spel in het hele stuk, dat op momenten zelfs rockt. 

Geen makkelijke kost dus, deze plaat van Warped Dreamer, maar het loont de moeite er vaker naar te luisteren. De geduldige luisteraar wordt uiteindelijk beloond, want 'Lomahongva' is een knap geïmproviseerd werkstuk: vrij, vindingrijk en enerverend.

http://www.teunverbruggen.com/ 

http://stianwesterhus.com/Wordpress/ 

http://www.arvehenriksen.com/ 

http://www.jozefdumoulin.com/

maandag 16 mei 2016

Donnerwetter - Pavlov Beauty Saloon

Butler Records, 2016

 


Donnerwetter komt binnen anderhalf jaar na zijn sterke, titelloze debuutplaat met de opvolger 'Pavlov Beauty Saloon'. De band trekt alle registers open, maar aanvankelijk lijkt de nieuwe plaat nogal tegen te vallen en het bij lange na niet te halen bij de voorganger. Bij vaker beluisteren komt het echter allemaal goed.

In december 2014 presenteerde Donnerwetter zijn eerste plaat in de kleine bovenzaal van Luxor Live in Arnhem. Voor de presentatie van de opvolger werden de zaken veel groter aangepakt. Op zaterdag 14 mei 2016 vond een heus festival plaats ter ere van het uitkomen van 'Pavlov Beauty Saloon' in de grote zaal van hetzelfde Luxor Live. En als de heren van Donnerwetter ergens goed in zijn, is het reclame maken voor hun product. Eerder baarde men al opzien met het wereldrecord concerten geven binnen 24 uur. Nu kwam in aanloop naar het festival een heuse Donnerwetter-krant uit die in Arnhem en omstreken verspreid werd. 

Als je zo groot uitpakt, dan kan die nieuwe plaat maar beter goed zijn. De eerste beluistering doet echter het ergste vrezen. Het ontbreekt op het eerste gehoor aan catchiness die op het eerste album met nummers als Dance en Ego aanwezig was. 'Pavlov Beauty Saloon' lijkt ook minder losjes, minder speels te zijn dan de voorganger en door een vrij groot aantal langzamere songs lijkt de plaat zelfs een beetje anoniem voort te kabbelen. De bezwaren vallen echter bij herhaalde beluistering een voor een weg.  

De muziek van Donnerwetter kent invloeden uit rock, blues en psychedelica. Waar op het debuut invloeden van Captain Beefheart en Tom Waits er bovenop lagen, zijn die invloeden op dit album meer geïncorporeerd in de eigen sound van de band. In de zang van Rocco Ostermann valt af en toe een Elvis-croon te ontwaren. De muziek is niet eendimensionaal maar gelaagd en laveert tussen serieusheid en gekte, soms binnen een en hetzelfde nummer. 

Het zijn de zotte trekjes die Donnerwetter een bijzondere band maken en op 'Pavlov Beauty Saloon' zijn volop maffe elementen aanwezig, zoals de gestoorde melodie van Mango Juice en de dwangbuis-gekte van Humorphine. Meest prettig gestoord is echter Peek-A-Boo, een tegendraads uptempo rocknummer dat nog het meest aan die andere band doet denken waar Ostermann en gitarist Wout Kemkens in spelen: Shaking Godspeed.

Het gitaarspel is een andere sterke troef van Donnerwetter. Zo is het ritmische spel op het tekstueel met een politieke boodschap geladen Trumpoline overheerlijk en wordt het tragere The Fight Was Fixed met een geweldige gitaarsolo van Kemkens naar grotere hoogte gestuwd. Het zijn twee hoogtepunten en slechts twee voorbeelden van sterk gitaarspel, want de gitaren zijn 'all over the place' en zorgen ervoor dat elk nummer een twist kent. Dat geldt zelfs voor een op het eerste gehoor nogal gewoontjes klinkende song als It's Late.

Donnerwetter besluit 'Pavlov Beauty Saloon' op grootse wijze met While The Moon Shines Through My Beer, een gedragen song  die prachtig is opgebouwd en waarin Ostermann vocaal schittert. Uiteindelijk is de conclusie dat 'Pavlov Beauty Saloon' een groeiplaat is die niet veel onderdoet voor 'Donnerwetter'. Dat bleek al tijdens het optreden dat Donnerwetter op zijn eigen festival gaf, waar de nieuwe nummers naadloos aansloten bij de al bekende songs van het debuut. 

http://www.donnerwetterband.com/